Zorg voor de kinderen

 

Sociaal-emotionele ontwikkeling


Om een beeld te krijgen van de sociaal-emotionele ontwikkeling van de kinderen gebruiken wij het leerlingvolgsysteem Sociale Competentie Observatie Lijst (SCOL). Met dit programma kunnen we de sociale competenties van de kinderen in kaart brengen. De scorelijst wordt in november en april door de groepsleerkracht ingevuld.

 

Anti-pestbeleid


Wij vinden het heel belangrijk om naast het werken aan de persoonsontwikkeling een protocol te hanteren tegen pesten (vreedzame school). Het protocol pakt het probleem van pesten bij kinderen via samenwerking aan. Daarmee verbetert het welzijn en het geluk van kinderen en ook de toekomstverwachtingen.

Aanpak pestgedrag
We werken preventief aan pesten door structureel aandacht te geven aan sociale omgangsnormen en de sociaal-emotionele ontwikkeling van kinderen bij ons op school. Hiervoor gebruiken wij het programma van de “Vreedzame School”. 
Tevens worden er in het begin van het schooljaar afspraken gemaakt en omgangsregels opgesteld. Wij willen pesten in een vroeg stadium stoppen. Dit doen wij door kinderen tijdig “nee” en “stop” te leren zeggen. Daarnaast zetten wij bemiddeling van anderen in als het pesten niet stopt. Ons pestprotocol geeft aan hoe wij omgaan met de verschillende betrokkenen binnen een pestsituatie. Wij gaan uit van een vijf-sporen-aanpak. 
Wij onderscheiden vijf betrokkenen:
  1. Groepsleerkracht 
  2. Ouders 
  3. Gepeste 
  4. Pester 
  5. De groep (zwijgende middengroep) 

Gedragsregels op school
Wij vinden dat iedereen zich binnen en buiten de school veilig moet voelen. Daarom zeggen wij “nee” tegen pesten. Daarom houden wij ons aan de volgende regels:
  1. Ik accepteer de ander en discrimineer niet. 
  2. Ik scheld niet uit en doe niet mee aan uitlachen/ roddelen of buitensluiten. 
  3. Ik blijf van een ander en zijn spullen af. 
  4. Als iemand mij hindert, vraag ik hem/haar daarmee te stoppen. 
  5. Als dat niet helpt, vraag ik hulp aan een volwassene. 
  6. Ik gebruik binnen en buiten de school geen geweld. 
  7. Ik help anderen om zich aan de regels te houden. 

Stappenplan 
Bij een pestsituatie gaan we uit van de volgende stappen: 
Na iedere stap, mocht de situatie zijn opgelost, kan uit het stappenplan gestapt worden. 
 
  1. Het gepeste kind probeert het zelf op de lossen. 
    Zegt: “Hou op, dit vind ik niet leuk.” 
    Zegt: “Hou op, heb je me niet gehoord?” 
    Zegt: “Als je niet ophoudt, ga ik naar de meester of juf.” 
  2. Het gepeste kind/ouders neemt/nemen contact op met de groepsleerkracht. Deze spreekt de pester aan op zijn gedrag. Bij aanhoudend pesten worden vragenformulieren A en B ingevuld. 
  3. De ouders van de pester en de gepeste worden op de hoogte gesteld. Vragenformulieren (indien gebruikt) getekend retour naar school. 
  4. Eventueel wordt de pestsituatie in de groep besproken. Dit kan ook anoniem. 
  5. De directie wordt van de situatie op de hoogte gesteld. 
  6. De directie overlegt met beide partijen en zoekt een oplossing. In sommige gevallen is het scheiden van beide partijen nodig. Dit kan door plaatsing in een andere groep of door schorsing (in ernstige gevallen). 
  7. De ouders nemen contact op met de contactpersonen van school. 
  8. Ouders worden verwezen naar bevoegd gezag of de vertrouwenspersoon

Klik hier voor ons pestprotocol.

 

Interne begeleiding


Het is van groot belang stagnaties in de ontwikkeling van het kind in een zo vroeg mogelijk stadium te signaleren en extra hulp te bieden. 
De groepsleerkracht wordt hierin ondersteund door onze intern begeleider, Linda Reijnders. Zij werkt op maandag en vrijdag om de week. 

 

Ondersteuningsteam


Kinderen, die extra ondersteuning nodig hebben, worden begeleid door de groepsleraar met een speciaal programma. De ouders worden hiervoor op de hoogte gebracht. Dit kan door het bespreken van een individueel handelingsplan of een groepsplan. Incidenteel kan dit plan ter ondertekening worden gevraagd. 

Als dit plan onvoldoende resultaat oplevert, kan het ondersteuningsteam worden ingeschakeld. Dit team bestaat uit: de intern begeleider, Linda Reijnders, de preventief ambulant begeleider (PAB-er) Karin Heeremans en de groepsleerkracht. Bij het ondersteuningsteamoverleg kunnen ouders uitgenodigd worden. 
De daaruit voortvloeiende handelingsadviezen worden door de leerkracht uitgevoerd. 
Soms is het nodig om eerst meer gegevens over de leerling te verkrijgen. Hiervoor kan nader onderzoek, of een observatie in de groep gedaan worden door iemand van het ondersteuningsteam. Samen bespreken zij vervolgens, hoe het onderwijs afgestemd kan worden op de zorgvraag van de leerling. Naast adviezen aan de ouders en/of de leerkrachten kan er ook gedacht worden aan begeleiding vanuit een bepaalde organisatie, een doublure of een verwijzing naar een basisschool voor speciaal basisonderwijs. 
Zowel voor bespreking in het ondersteuningsteam, als voor nader onderzoek wordt de ouders vooraf toestemming gevraagd.

 

Logopedie


In groep 1/2 worden opvallende spraak- en taalstoornissen meegenomen in het contactmoment voor 5/6-jarigen van de jeugdarts. Indien nodig geeft de jeugdarts adviezen aan u en/of aan de school of verwijst door naar logopedisten. 

 

Zorg voor kinderen met speciale behoeften


Als een kind toch nog andere, specifieke (onderwijs) behoeften heeft kan de leerkracht in overleg met de ouders, de IB-er en de directeur bekijken of er hulp of expertise van buitenaf moet worden ingeschakeld. De Klimop maakt deel uit van het samenwerkingsverband:

Passend Onderwijs IJmond
Leeghwaterweg 1B, 1951 NA Velsen Noord
telefoon: 0251-707510

Binnen het SWV hebben de schoolbesturen met elkaar afgesproken welke vorm van onderwijsondersteuning elke school moet kunnen bieden. In het Schoolondersteuningsprofiel (ter inzage op school en op onze website) is vastgelegd welke voorzieningen onze school biedt aan leerlingen die extra ondersteuning nodig hebben. Het team brengt in kaart wat de mogelijkheden, grenzen en ambities van de school zijn. Het is hierbij van groot belang dat beide partijen, zowel de school als de ouders en het kind, ervan overtuigd zijn dat de school een meerwaarde kan zijn en dat de school die meerwaarde ook kan leveren.