Lessen in persoonsontwikkeling

 

Elke groep start de dag met lezen en daarna met aandacht voor de persoonsontwikkeling.
Over een langere periode staat één aspect van de levenshouding centraal en wordt uitgediept. Dat kan o.a. veerkracht zijn, motivatie of uitdaging. Door bijvoorbeeld een (spiegel)verhaal te vertellen of een filmpje te laten zien krijgt het aspect inhoud. De lessen in levenshouding in de ochtend geven het kind inzicht in zichzelf.

Als het thema bijvoorbeeld doorzetten is, dan wordt er gedurende langere tijd met elkaar onderzocht wat doorzetten is en worden ervaringen uitgewisseld. Kinderen gaan nadenken over hun eigen doorzettingsvermogen. Het kind krijgt zicht op zichzelf en van daaruit op onderdelen die nog meer ontwikkeld moeten worden.
Met deze lessen en de aangereikte tools, begint het kind aan een nieuwe dag en komt veel momenten tegen waarop het de vaardigheden zal gaan leren toepassen en ervaren.

In een persoonlijk ontwikkelplan wordt per kind ingezoomd op de groei van levenshouding.
Dit plan bestaat uit te ondernemen stappen en helpt het kind om in de loop van de dag bewust om te gaan met situaties waarin doorzetten wordt verlangd.
Het resultaat zal zijn dat het kind steeds meer groeit in het nemen van hindernissen en daardoor trots op zichzelf wordt.

Zo werken we heel veel aspecten van de persoonsontwikkeling af, die maakt dat kinderen zichzelf goed leren kennen en laten ervaren dat ze hun eigen gedrag kunnen sturen.
Enkele voorbeelden die aan de orde komen:


De weg naar zelfstandigheid en zelfbewustzijn wordt vanaf het begin ingezet.
In de groepen van de jongste kinderen is de omgeving een leerrijke, goed voorbereide ruimte, waar het kind de meeste tijd van de dag doorbrengt.
Het aangeboden materiaal is beperkt, waardoor het gemakkelijker is een keuze te maken. Het kind kan niet altijd direct pakken wat het wil, omdat het niet altijd beschikbaar is.
Zo leert het zijn impulsen beheersen en zal sneller geneigd zijn om samen te werken.
Het ontwikkelingsmateriaal is vaak zelfcorrigerend, waardoor het kind kritisch leert kijken en zichzelf kan verbeteren. Het kan onafhankelijk doorwerken en leert op zichzelf vertrouwen.
Naarmate het kind zijn omgeving beter kent en beheerst, wordt zijn zelfstandigheid groter en daarmee ook zijn vrijheid. Het kind kiest zelfstandig, en vanuit een innerlijke drang, zijn werk en leert, in eerste instantie met hulp van de leerkracht, om zijn werk goed te organiseren. Met steeds meer zelfkennis leert het kind stap voor stap zelf plannen maken, zijn emoties te reguleren en wordt de eigen verantwoordelijkheid alsmaar groter.